Wiel van Dinter verhaalt over de harmonie van Gennep, Unitas et Fidelitas (dec 2017)

In 1993, bij het 175jr bestaan van harmonie Unitas et Fidelitas uit Gennep heeft Wiel van Dinter al het nodige speurwerk verricht dat geleid heeft tot de publicatie van het boekwerk "daar is de harmonie", dat het wel en wee van die harmonie in die 175jr beschrijft. Sedertdien heeft Wiel nog verder speurwerk verricht, hetgeen leidt tot de volgende toevoegingen aan de historie van harmonie Unitas et Fidelitas.

Deel 1,

PASTOOR THEODORUS VAN ALPHEN
Oprichter Kerkelijke Harmonie “Unitas et Fidelitas”

Rondom zijn geboortejaar 1778

Zijn geboorteplaats Gennep maakte politiek hectische tijden door. Toen Theodorus van Alphen ter wereld kwam, was het amper vijftien jaar geleden dat het Pruisisch hertogdom Kleef, waarin Gennep lag, meegesleurd was in een Europese oorlog: Engeland en Pruisen tegenover Frankrijk en Oosterrijk als voornaamste strijdende partijen.

Oorlog
Het Kleefse land, gedirigeerd door de in Berlijn wonende koning van Pruisen, deelde dus in de malaise van een langdurige oorlog (1756-1763). Doortrekkende troepen lieten zich foerageren waarbij steden en dorpen gebukt gingen onder bezettingen. Financieel raakten ze aan de grond.

Herstel
In de 70er jaren van deze 18 de eeuw kwam het dagelijks leven in Gennep weer geleidelijk tot rust, zakte de ellende langzaam weg en zag men een aarzelende economische opbloei. De ‘hoge regering' in Kleef had weer controle over de steden en dorpen in het hertogdom.
Zo ging er bijvoorbeeld van Kleef een circulaire uit waarin de overheid er bij de gemeentebesturen op aandrong de consumptie van buitenlandse cafée te ontmoedigen ten faveure van ‘patriottische cyther'.Dit was een aftreksel van gebrande rogge, tarwe of erwten! In Gennep werden de winkeliers op het raadhuis uitgenodigd voor een promotiegesprek over de nieuwe drank. Allen weigerden het brouwsel te verkopen!

Postkoets
Het verkeer met het ‘buitenland' (hertogdommen Brabant en Gelder vooral) was weer genormaliseerd. Gennep kwam zelfs minder geïsoleerd te liggen. Elke woensdag en zaterdag reed er een postkoets van Nijmegen via Gennep naar Venlo. De ene week van Nijmegen naar Venlo, de andere week omgekeerd. Tijdens de korte stop in Gennep om verse paarden in te spannen stond daar een postkar uit Kleef te wachten om poststukken in ontvangst te nemen en af te geven. Indien er plaats in de wagen was, konden er reizigers mee.

Zandstraat
Dit was de tijd waarin Theodorus van Alphen in 1778 geboren werd. Zijn wieg stond op perceelnummer 65 in de Zandstraat te Gennep (ongeveer voormalig postkantoor). Hij was na Henricus de tweede zoon in het huwelijk van koopman/winkelier Gerhard van Alphen en Anna Maria de Wit.

 

FOTO/schilderij
Pastoor Th. van Alphen

deel 2

Familie Van Alphen in Gennep

Het was 1776 toen de 30jarige Gerhard van Alphen met zijn vrouw Anna Maria de Wit vanuit het Gelderse Wamel naar het buitenland, naar het Kleefse Gennep verhuisde. Hij was koopman/winkelier van beroep. Wat hem in Gennep bracht? Wij moeten er naar raden want Gennep was toen allesbehalve een welvarend stadje in het Kleefse land.

Oorlogsleed
De Pruisische koning -tevens hertog van Kleef- had het hertogdom meegesleept in de zogenaamde Zevenjarige Oorlog (1756-63) tegen Frankrijk c.s.. Het Kleefs gebied had zwaar geleden onder de doortrekkende soldatenhorden, die de bevolking uitzogen en leegroofden. Toen de oorlog geëindigd was, bleek de gemeente Gennep bankroet te zijn, had het torenhoge schulden en waren handel en nijverheid totaal ontwricht.

Naweeën
Wanneer Gerh. van Alphen zich in Gennep vestigt, zijn de naweeën van die oorlog nog duidelijk voelbaar. Een groot deel van de 800 inwoners leeft onder de armodegrens. De deken- en lakenfabriek hebben nog 2,3 knechten en liggen soms wekenlang stil, omdat de afzet naar Holland stagneert door goedkopere productie aldaar. De hoge belastingen in de stad Gennep verlammen de handel, doordat het platteland belastingvrij is en allerlei goederen ‘s nachts de stad binnen gesmokkeld worden.

Vestiging
In “so ein geringes Orth” vestigt zich in 1776 toch de Wamelse koopman Gerhard van Alphen op de Zandstraat. Daar wordt in 1777 Henricus van Alphen geboren. Een jaar later, in 1778, komt Theodorus er ter wereld. Deze laatste zal tijdens de volgende eeuw in Gennep historie schrijven! Ook zus Clara (geb. 1782) zal hierbij een belangrijke rol spelen.

FOTOS Zandstraat

deel 3

Zijn eerste twintig levensjaren

Dinsdag 1 december 1778 draagt de vroedvrouw de kleine Theodoor naar de Martinuskerk. Vader Gerhard van Alphen en de twee doopgetuigen Herma Goossens en Maria van Dijck vergezellen haar. Pastoor Ebben wacht hen op bij het doopvont achter in de kerk. Weer thuisgekomen na de doopplechtigheid kan een blijde moeder Anna in het kraambed de dopeling weer in haar armen sluiten.

Kinderen
De twee jongens Henri en Theodoor krijgen3 januari 1782 een zusje met de namen Clara Genoveva. Als koopman behoort Garhard van Alphen tot de weinige welgestelden in het stadje. Hij kan het schoolgeld voor de twee jongens best betalen. Henri, de oudste, zal traditiegetrouw zijn vader in het bedrijf opvolgen. Voor Theodoor is bij gebleken goede capaciteiten het priesterschap weggelegd. Clara zal als meisje niet naar school gaan maar van jongs af aan moeder helpen in het huishouden, de huishoudelijke taken leren en later een goede partij trouwen.

Schooljaren
Theodoor gaat dus naar de katholieke lagere school in de Kerkstraat. Daar, tegen het kerkhof, doorloopt hij de eerste zes schooljaren. Tijdens de pauze spelen de jongens vóór de school, want tussen de graven is het verboden terrein. Theodoor is blij wanneer hij tussendoor de lange schoolbank mag verlaten om met een schoolmakker in de kerk misdienaar te zijn. Het leren gaat hem gemakkelijk af. En dus stuurt vader Gerhard hem na zes jaar naar de Latijnse school die gehuisvest is in het raadhuis. Daar geeft de rector hem onderwijs in vakken die voorbereiden op de studie voor priester.

Bezet gebied
De gevolgen van de Franse revolutie (1789) worden in heel West-Europa merkbaar. Onder geïnspireerde leiders trekken Franse legers de landsgrenzen over. Het hertogdom Kleef wordt in 1794 overrompeld; de Pruisische koning laat zijn ver af gelegen wingewest in de steek. De hoge regering in Kleef wordt gedirigeerd door de opperbevelhebber van de Franse bezetters. In Gennep gaat Derk Thierry en Hanna Jeanne heten.

Studie
In deze Franse periode is Theodoor in Gennep ‘uitgeleerd' en zal hij zijn geboorteplaats moeten verlaten. Voor de vervolgstudie tot priester gaat hij naar de theologische hogeschool in de bisschopsstad Keulen. Daar is de priesteropleiding van het bisdom Keulen, waaronder Gennep valt. Tijdens deze studiejaren zal hij een of twee keer per jaar zijn voeten weer op Gennepse bodem zetten.

 

FOTO doopvont en interieur Martinuskerk

deel 4

Naar het priesterschap

In Gennep had Theodoor altijd Kleverlands gesproken. Op de Latijnse school in het raadhuis maakte hij kennis met de tweede taal, de ambtelijke taal van het hertogdom: het Pruisisch Duits. Nu in Keulen op het filosophicum en het theologicum was Duits en Latijn de voertaal.


Genneps
De luttele keren dat Theodoor vanuit Keulen naar huis kwam, vond moeder Anna dat hij weer groter geworden was. En keek vader Gerhard met stille trots naar zijn zoon. Als die zijn oude schoolkameraden tegenkwam, praatte hij weer het vertrouwde Genneps en voelde hij zich thuis.


Acoliet
Zo gaan de jaren voorbij en lopen op zekere dag vader en zoon, de acoliet, door het stadje. Als Theodoor alleen terugloopt, tikt de tegemoet komende stadswachter aan zijn pet. Theodoor groet vriendelijk terug maar moet inwendig lachen: hoe lang is het geleden dat die man hem als kwajongen boos achterna zat?


Keulen
Dan nadert de dag van de priesterwijding. Gerhard van Alphen is met zijn oudste zoon Henri naar Keulen afgereisd om op zaterdag na Pinksteren 12 juni 1802 de plechtigheid in de Keulse dom mee te maken. Ze zijn onder de indruk van de machtige domkerk en zien een zee van witte gedaanten daar op het priesterkoor, waar de keurvorst-bisschop Anton Viktor van Oostenrijk de grote schare tot priester wijdt. De jonge priester mag mee naar Gennep, waar hij zijn eerste H. Mis zal opdragen.

Neomist
Zondag 20 juni gaat de stoet met neomist Theodoor van Alphen, lopend in een krans van sparrentakken, gedragen door een kring van bruidjes, van de Zandstraat naar de St.-Martinuskerk. Drommen mensen staan langs de met berkenboompjes versierde straatkant naar dit niet alledaags schouwspel te kijken. Onder het gebeier van de klokken arriveert de stoet bij de kerkdeur, waar pastoor Geurts en kapelaan Michels de neomist staan op te wachten en welkom heten.


Welkom
Voorafgegaan door de bruidjes schrijden de koster, pastoor en neomist onder gezang en orgelspel door het middenschip naar het feestelijk versierd altaar. Daar wordt hij begroet door de kantonpastoor van Kranenburg en de pastoors Broeckwijlder en Ververs, resp. van Ottersum en Heijen.


H. Mis
Neomist Theodoor van Alphen begint aan de eerste gezongen Mis in zijn vertrouwde Sint Martinuskerk. Tijdens zijn eerste preek staat hij vis à vis met de stampvolle kerk en ziet hij op de eerste bankenrij zijn ouders, broer Henri, zus Clara en familie zitten. Moeder Anna met tranen op haar wagen en vader Gerhard zijn ontroering nauwelijks verbergend.


Kerkvolk
In de tweede bank ontwaart hij burgemeester Friderichs met schepenen en raadsleden. Links en rechts in het midden- en zijschip bekende gezichten, die glimlachend, vol spanning naar hem opkijken. Achter boven op het koor gestalten en orgelpijpen. Behalve hier en daar een kuch wordt het doodstil in de kerk.


Preek
Theodoor op de preekstoel voelt de spanning in zich wegebben: hij is hier thuis.. Na de Latijnse openingszin aarzelt hij even …dan begint hij te spreken. Niet in het Duits of Frans. Hij spreekt in zijn moedertaal, het ‘plat', het Kleverlands. De Gennepenaren ademen op: priester Theodoor van Alphen is een van hen gebleven.

de dom van Keulen, De bekende Gennepenaar Willem van Gennep was rond het midden van de 14e eeuw bisschop van Keulen. Tijdens zijn ambtsperiode als bisschop werd de bouw van die dom voortvarend aangepakt
De graftombe van Willem van Gennep is te vinden in die dom van Keulen. Op de sokkel is duidelijk herkenbaar het wapen van Gennep afgebeeld.

FOTO Dom van Keulen, Praalgraf Willem van Gennep in de dom

Deel 5,

Warrige tijden voor Gennep

De celebratie van de eerste H. Mis en de daaraan verbonden festiviteiten waren voorbij; de versiering van zijn ouderlijke woning afgebroken. De realiteit van alledag kreeg weer de overhand. De tumultueuze staatkundige ontwikkelingen drongen in alle hevigheid ook in Gennep en bij de jonge priester door.

Wisseling
Tijdens Theodoor van Alphen zijn studietijd in Keulen had de koning van Pruisen zijn gebied op de linker Rijnoever afgestaan aan Frankrijk. Keizer Napoleon had toen het hertogdom Kleef opgeheven en het gebied ingelijfd bij Frankrijk. De bisschopstad Keulen lag op de rechter Rijnoever, in Pruisen dus. Voor de Frans geworden linker Rijnoever moest er een nieuw bisdom komen: dat werd Aken. De stad Gennep ging kerkelijk onder Aken horen en staatkundig onder Parijs!

Kranenburg
De staatkundige en kerkelijke indeling in Frankrijk ging hier als voorbeeld dienen. De dekenale centra (voor Gennep was dat Xanten) verdwenen. In elk kanton werd een door de staat gesalariëerde ‘kantonpastoor' aangesteld. Deze fungeerde als voorheen een deken en was het aanspreekpunt voor alle parochies in dat kanton.
De pastoor in Gennep had dus te maken met de kantonpastoor in Kranenburg, want Gennep viel staatkundig onder dat kanton. Een rare gewaarwording voor de parochie Gennep: de eeuwenoude binding met Xanten werd abrupt verbroken.

Oeffelt
Omdat het bisdom Aken pas op 25 juli 1802 begon te functioneren had de pas gewijde priester Van Alphen (12 juni 1802) nog even met het bisdom Keulen te maken. Hij kreeg dus nog uit Keulen zijn benoeming tot kapelaan in Oeffelt. Hij kwam daar in een bijna onoverzichtelijke nationaliteitscrisis terecht.

Ander land
Oeffelt had eeuwenlang via Gennep tot het hertogdom Kleef behoord. Met het staatkundig verdwijnen van het hertogdom ging het dorp op 5 jan 1800 op in de Bataafse Republiek. De vlag met de Pruisische adelaar, die in 1795 had plaats gemaakt voor de Franse vlag maakte in 1800 weer plaats voor de roodwitblauwe statenvlag. Aan de Gennepse Maasoever staande keek een Gennepenaar naar de vierkante torenspits van Oeffelt daarginds in …het buitenland!

het kerkje in Oeffelt
Napoleon

FOTO Afbeelding van Napoleon Oud kerkje Oeffelt in rond die tijd

Deel 6,

Kapelaan in Oeffelt

Toen Napoleon het hertogdom Kleef ophief, werd Oeffelt, liggend op de linker Maasoever, van het Kleefse afgescheiden en staatkundig Hollands. Het dorp vond indeling bij de Bataafsche Republiek met als voertaal Nederlands i.p.v. Kleverlands (1796-1801). Daarna stelde keizer Napoleon in deze vazalstaat van Frankrijk een nieuwe overheid aan en veranderde de naam in: Bataafsch Gemenebest (1802). Oeffelt viel binnen dit Gemenebest onder het departement Bataafs Brabant.

Binnen-/buitenland
Gedurende die staatkundige veranderingen kwamTheodoor van Alphen als kapelaan Oeffelt binnen (1802). Hij ontmoette daar pastoor Theodorus H. van Ackeren, afkomstig uit Mehr bij Kleef. Deze was al vanaf 1773 zielenherder in het Maasdorpje. Hij had het Pruisisch hertogdom Kleef nog meegemaakt met het kerkelijk gezag uit Xanten/Keulen. Ofschoon staatkundig HHollands, kwamen de kerkelijke richtlijnen in Oeffelt nog steeds uit het Pruisisch bisdom Keulen. Dus uit het buitenland!

Verzoek
Kapelaan Van Alphen ziet hoe de pastoor in 1803 aan de kardinaal -prefect een verzoekschrift indient om onder het vroegere diocees Roermond te gaan horen. Het verzoek wordt niet beantwoord maar op de lange baan geschoven. Het blijft dus Keulen (1803).

Huwelijk
De kapelaan denkt vol vreugde terug aan zijn eerste jaar in Oeffelt. Zijn zus Clara heeft hem gevraagd of hij het huwelijk van haar en haar verloofde wil inzegenen. Een bijzonder eervol verzoek vindt hij. Op het feest van Allerheiligen (1 november 1802) zegent hij het huwelijk tussen Clara Genoveva van Alphen en Peter Wolterus Michels uit Goch in. Zij gaan in Gennep bij Clara's ouders wonen.

Holland
Staatkundig vindt keizer Napoleon het Gemenebest niet Fransgezind genoeg. Daarom verandert hij het Gemenebest in een koninkrijk Holland met zijn lievelingsbroer broer Lodewijk als koning (1806). Deze Louis blijkt echter teveel Hollands gericht in de ogen van zijn grote broer, de keizer. Dus heft Napoleon de staat weer op en voegt het hele land bij Frankrijk (1810).

Genadebeeld
Theodoor van Alphen ziet deze tombola van nationaliteitswisselingen met gemengde gevoelens aan. Hij concentreert zich meer op het parochieel werk. Met grote interesse richt hij zich op gebeurtenissen rond het miraculeus Mariabeeldje in de Oeffeltse San Salvatorkerk. Al vanaf 1753 komen er 's zaterdags talrijke pelgrims naar O.L. Vrouw, Toevlucht der zondaren . Er vinden wonderbaarlijke genezingen plaats. Onuitwisbare indrukken neemt de kapelaan mee, wanneer hij in 1812 Oeffelt verlaat.

Lodewijk Napoleon


FOTO Afbeelding Lodewijk Napoleon, koning van Holland (1806-1810), Mirakelbeeldje van Oeffelt, O.L. Vrouw, Toevlucht der zondaren (1753-1945)

Deel 7,

Intrede als pastoor te Gennep

Begin januari 1812 verlaat kapelaan Van Alphen de San Salvatorparochie in Oeffelt. Hij verkiest te voet uit Oeffelt te vertrekken. Hij steekt met de gierpont de Maas over naar zijn nieuwe standplaats Gennep. De bisschop in Aken heeft hem benoemd in zijn geboorteplaats.

Thuis
Hij loopt langs het karrenspoor over de Veerweg, en komt door de bouwvallige Maaspoort het stadje binnen. Daar slaat hij rechts af de Wal op. Hij stapt door de achterdeur zijn ouderlijk woning in de Zandstraat binnen en verrast zijn moeder. Ze veegt de handen aan haar schort af en sluit haar zoon in de armen. Theodoor is weer thuis.

Maire
Zijn vader komt uit het magazijn aanlopen. Na de warme begroeting gaan ze gedrieën aan tafel zitten en nemen het laatste Gennepse nieuwtje door: twee jongemannen uit het stadje zijn als dienstplichtigen in het Franse leger opgenomen. Theodoor zegt tegen vader Gerhard dat hij morgen met de ouders zal gaan praten in de Molen- en Maasstraat. Ook wil hij vóór zijn installatie gaan kennismaken met de maire Willem Friderichs.

Installatie
Zijn installatie als pastoor van Gennep vindt in de koude januarimaand 1812 plaats. De Sint Martinuskerk is te klein voor alle genodigden en belangstellenden. Zelfs onder de portaaltoren bij de klokkentouwen staan mensen. De H. Mis -de celebrant en confraters met de rug naar het volk toe- duurt en duurt. De helft van het middenschip is gevuld met de genodigden.

Aanwezigen
In de eerste rij zitten tijdens de dienst de ouders van de nieuwe pastoor, beiden grijs geworden. Bij hen zijn broer Henri en Theodoors zus Clara met man en kinderen. En op de andere eerste rij zit de maire van Gennep met het voltallige gemeentebestuur. Vanaf de preekstoel ziet predikant-pastoor Van Alphen ook de Oeffeltse pastoor Th. van Ackeren met de kerkmeesters.

Welkom
De nieuwe pastoor begint zijn preek met in het Duits, Frans en Nederlands de hoogwaardigheidsbekleders te begroeten en ze te bedanken om in die winterse omstandigheden de soms verre reis naar Gennep te aanvaarden. Dan spreekt hij in het Kleverlands zijn parochianen toe. Hij wil tussen hen staan als inspirator, leidsman en voorganger naar het hemels paradijs.

Dank
Tot slot spreekt hij zijn ouders en familie toe. Hij dankt hen dat hij op de Zandstraat altijd een veilige, liefdevolle haven heeft gevonden. Hij hoopt vanuit de pastorie in de Kerkstraat nog lang de weg naar de winkel op de Zandstraat te mogen gaan.

Prent uit de 18e eeuw van Gennep vanaf de (nu) Kleineweg. We zien rechts de Niersbrug met aan de Gennepse kant het poortgebouw met de Nierspoort en daarachter het bolwerk (nu hoek kerkhof). Links daarvan staat de Martinuskerk, nog met de toren van toen, die rond 1865 vervangen is door een nieuwe toren.

Deze prent hangt in het Victoria and Albert museum in London en is van de hand van Louis Serrurier

Het inwendige van de oude Martinuskerk, waarin pastoor van Alphen zijn eerste mis als pastoor van de Martinusparochie opdiende. De preekstoek hing echter aan de andere zijde (de foto is natuurlijk van later datum, zo van rond 1900)

FOTO: Gezicht op Gennep, 18e eeuw met de St Martinuskerk , Sint Martinuskerk Gennep Kath. Kerk anno 1900

Deel 8,

De eerste twaalf jaren als Genneps pastoor

De nieuwe pastoor overlegt met koster Petrus Reijnders de kerk van binnen te verfraaien. Waar nodig zal het meubilair opgeknapt worden en de kaarsverlichting verbeterd. Met zijn drie kerkmeesters, Diederik Berns, Jacobus van Bergen en Gerard Cremers, neemt hij de financiën door. Ze overleggen hoeveel er aan opluistering uitgegeven kan worden. De pastoor neemt zich voor een eventueel tekort zelf te zullen aanvullen.


Opsieren
Hij is ervan overtuigd zijn parochianen meer devotie en godsvrucht bij te brengen als de kerkelijke plechtigheden en feesten met sier en praal gebracht worden. Hij maakt een aantal meisjes enthousiast om samen gedurende het hele jaar het Mariabeeld in de kerk op te tooien. De koster-organist zal in elk Lof een ander Marialied begeleiden. De schoolmeester zal de liedjes op school instuderen.

Processie
Bij zijn aantreden als pastoor treft Theodoor als kapelaan Le Lièvre aan. Hij is een pater Kapucijn, wiens klooster door de Fransen onteigend is. Voordat hij de Misliturgie met hem kan doorspreken vertrekt deze uit Gennep als kapelaan naar Gelder. Pastoor Van Alphen zal het dan enkele jaren zonder vicaris moeten stellen. Bij elke grote kerkelijke feestdag trekt hij in processie door Gennep, terwijl protestanten deze nieuwigheid vol pracht en praal met gefronste wenkbrauwen aanzien.

Vacuüm
In 1812 zetelt het kerkelijk gezag in onze regio in Aken; staatkundig raken onze gebieden in een vacuüm. Keizer Napoleon heeft namelijk met zijn grande armée in de veldtocht naar/in Rusland zijn militaire kracht overschat. Zijn ongecontroleerde terugtocht leidt de definitieve ondergang van zijn keizerrijk in. Het Franse gezag in de bezette gebieden verzwakt en verdwijnt ten slotte.

Wenen
In de voormalige Pruisische gebieden links van de Rijn heerst daarop grote bestuurlijke onzekerheid nu het Franse gezag tanende is(1813-1814). De vorsten en hun diplomaten op het Wener Congres scheppen orde in de Europese staatkundige chaos nu Napoleon is verbannen (1814). Ook het burgerlijk en kerkelijk gezag in Gennep zal de besluiten uit Wenen gaan merken.

Uitvaart
Als jong kapelaan had kapelaan Van Alphen in Oeffelt het huwelijk van zijn zus Clara mogen inzegenen (1802). In zijn tweede jaar als pastoor van Gennep moet hij in februari haar plechtige uitvaartdienst leiden (1814). De 49jarige weduwnaar Peter Michels blijft met drie jonge kinderen achter. Clara was pas 32 jaar...

FOTO: Gezicht op Gennep / Kerkstraat Gennep Ao. 1910

Deel 9

Van Alphen wordt een Nederlander

Eind december 1812 kont het bericht op de pastorie binnen dat een van de twee dienstplichtig opgeroepen Gennepse jongemannen weer thuis is. Op een kar is hij als oorlogsinvalide thuis gebracht. Een buurman hielp de strompelende jonge soldaat naar zijn ouderlijk huis in de Molenstraat. De pastoor steekt zijn brevier weg en loopt naar de Molenstraat. Hij treft er jammerende vrouwen aan. De soldaat zit, zijn uniform in flarden, aan tafel.

Veldtocht
De jongen is in de compagnie Hollandse infanterie tijdens de zomer van 1812 met keizer Napoleon naar Rusland getrokken. Een maanden durende veldtocht voert hen diep Rusland in. Gevechten waren er nauwelijks geweest. De Russen trokken zich alsmaar terug, de dorpen in brand achter latend.

Krukken
De barre winter had hen overvallen. Gebrek aan voedsel en warme kleding. Nu voortdurend bestookt door Kozakkenruiters was hun regiment gedecimeerd. Door de strenge vorst waren bij deze Gennepse soldaat zeven tenen en beide oren half afgevroren. Daarom liep hij met krukken en droeg hij voortaan een muts met kleppen. Zijn vriend uit de Maasstraat had hij niet meer gezien…

Kinderen
Na de vroege dood van zijn zus Clara (1814) neemt pastoor Van Alphen zich voor zijn zwager Peter Michels en de drie jonge kinderen nauwgezet te volgen. Hij loopt regelmatig de wijnhandel binnen. De twee jongens, Herman en Jan, praten graag met hun heeroom, terwijl het meisje Maria meer naar oma Anna trekt.

Buffer
Uit schaarse berichten die tot Gennep doordringen maakt pastoor Van Alphen op, dat grote landen in Wenen nieuwe grenzen trekken in de eerder door de Fransen geannexeerde gebieden (1814/15). Zo blijkt dat men in Wenen de Maas als grenslijn tussen Pruisen en een nieuw te vormen Koninkrijk der Verenigde Nederlanden trekt in de eertijds door Frankrijk bezette en later ingelijfde gebieden. Met een bufferzone op de rechter Maasoever. Daardoor wordt de strook Mook tot Afferden definitief afgescheiden van het vroegere hertogdom Kleef. Gennep komt dan in Nederland te liggen.

Nederlander
Oktober 1815 gaat Gennep officieel tot het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden onder de protestante koning Willem I behoren. De domineeszoon Theodoor Hermsen wordt de eerste Gennepse burgermeester onder Oranje. Pastoor Van Alphen moet ervaren dat Gennep met zijn 90% katholieke bevolking een protestant als eerste burger heeft. Alle Gennepenaren krijgen opeens een nieuwe nationaliteit: Nederlander.

Limburg
Gennep ligt voortaan in het hertogdom Limburg. Pastoor Van Alphen heeft er de grootste moeite mee. Geboren als Pruisische Klevenaar, als student een Pruis, als kapelaan een Bataaf, Hollander én Fransman, als pastoor Fransoos en nu Nederlander. Hij haalt de schouders op, zucht en weet één ding zeker: wat er ook nog gebeuren zal, hij is en blijft Gennepenaar.

De slag aan de Berezina is een veldslg die plaatsvond van 26 tot 29 november 1812 aan de Berezina (een rivier in Wit-Rusland ) tijdens de terugtrekking van de veldtocht van Napoleon naar Rusland .

FOTO Het Russisch drama van Napoleon

Deel 10,

De pastoor op bedevaart

Als pastoor Van Alphen bij zijn vader op de Zandstraat komt, hebben ze het vaak over de politiek. Vader Gerhard merkt dan, op dat hij sinds 1815 weer in zijn geboorteland woont (hij komt uit het Gelderse Wamel). Zijn ‘heerzoon' zegt dan: “Ik heb al vijf nationaliteiten gehad. Waar moet ik me in thuis voelen? "Gennep is mijn vaderland en God het vaste punt waarop ik me richt.” En op die uitspraak baseert hij zijn pastoraal werk.

Godsvrucht
Gennep respecteert zijn rechtlijnigheid, rechtvaardig en strengheid in de leer. Hij schenkt aandacht aan de noodlijdende gezinnen. Een groot deel van zijn geërfd vermogen gebruikt hij om de vroomheid en godsvrucht ook buiten het kerkgebouw te doen leven. Processies zijn daarbij een middel voor jong en oud.

Missie
Hij nodigt de paters Redemptoristen uit in zijn parochie een week lang ‘Missie te geven'. Zij nemen dan een week lang het parochiewerk over, houden elke avond indringende predicaties en gaan ook op huisbezoek. Van Alphen heeft dan de tijd om bijv. een bedevaartstocht te voet (tien uur gaans v.v.) naar Kevelaer te maken.

Schildje
Zijn ervaringen in Oeffelt bij O.L. Vrouw, Toevlucht der zondaren motiveren hem tot zijn alleengang. In de basiliek in Kevelaer staat hij altijd even stil bij het herdenkingsschild “Gennep 1786”. Hij was toen zeven jaar. Zou zijn vader mee geweest zijn? Hij zou het hem vragen.

Blaasmuziek
Naar Gennep terug lopend in 1817 laat hij het hele gebeuren in Kevelaer nog eens aan zijn geestesoog voorbij gaan. Indrukwekkend vond hij de vroomheid die de pelgrimsstoet uitstraalde in de processie op weg van de verzamelplaats naar de genadekapel. Voorop een groepje blaasmuzikanten dat gewijde muziek speelde tijdens de tocht.

Plannen
Toen hij, huiswaarts gaande, in de verte de Martinustoren zag, wist de pastoor het zeker: zijn processie in Gennep zou ook een begeleidende groep muzikanten krijgen. Glimlachend liep hij uit de Looi langs ‘de Lèst'. Dan door de Picardie in alle vroegte tussen de sporen van de gesloopte Zandpoort door de Zandstraat in. Op de Markt rook hij de geur van vers brood uit de bakkerij Van Bergen. Achter het stadhuis stond de pastorie. Hij liep achterom, maakte de achterdeur open en was thuis. Hij strekt zijn moede benen en ziet: over een half uur kan hij de ochtendklok luiden.

Gedenkschildje in basiliek van de Gennepse bedevaart van 1786
Genadekapel Kevelaer

FOTO Gedenkschildje 1786 / Genadekapel Kevelaer

Deel 11,

De pastoor met muziekplannen

In de eerstvolgende vergadering van het kerkbestuur na zijn bedevaart naar Kevelaer ontvouwt pastoor Van Alphen vol vuur zijn plan voor blaasmuziek bij de kerkelijke feesten en processies. De drie kerkmeesters kijken wat gereserveerd. Nergens in de hele omtrek bestaat zo iets. De penningmeester ziet het al vóór zich: de rekeningen voor instrumenten, muziek, salaris voor de dirigent. “De helft van de aanschafkosten zijn voor mijn rekening”, verzekert de pastoor.

Adviseur
En wie gaat de instrumenten bespelen, wie is de instructeur, wie leert hun muziek lezen? Via een confrater in Kleef komt de pastoor in contact met de heer Voss, een musicus aldaar. Die kan adviseren voor de aanschaf van de eerste instrumenten en een leverancier aanraden. Hij is bereid een keer per week naar Gennep te komen om praktijkles te geven.

Opleiding
De 18jarige muzikale organist Hendrik Rudolph Berns zal de pastoor aanzoeken om het theoretisch gedeelte van de opleiding tot muzikant voor zijn rekening te nemen. Hij zal dan tevens de muzikale leiding op zich nemen wanneer de eerste eenvoudige melodietjes samen gerepeteerd gaan worden. De plannen zijn rond, maar het moeilijkste komt nog. Wie durft zich als leerling-muzikant aanmelden?

Zoektocht
Bij de zoektocht naar kandidaten telt één probleem zwaar: de leerling dient over genoeg vrije tijd te beschikken om te kunnen oefenen. En de meeste Gennepenaren moeten van 's morgens vroeg tot 's avonds laat werken om in leven te blijven. De gegadigden zullen dus uit de middenstand moeten komen. Daar kan men de werktijd eniger mate indelen. Pastoor Van Alphen in de Kerkstraat kijkt om zich heen in de buurt naar jongemannen van middenstanders. Hij komt uit bij de bakker, de brouwer, de pottenbakker. Hij gebruikt zijn status als pastoor en chartert tenslotte vijf mannen tussen 20 en 30 jaar, die de gok willen wagen. Het zijn Arnold en Coenraad van Bergen, Giesbert Meurs, Reinier Geenen, en Jan Willem Nadler als eerste leerlingen.

Experiment
Pastoor Van Alphen is in zijn nopjes. De eerste horde is genomen.. De vijf adspirant-muzikanten wonen allen in het centrum van het stadje en kennen elkaar goed. De Klevenaar Voss vindt het een uitdaging: de oprichting van een blaasensemble in een plaats van amper duizend inwoners. Die enthousiaste Gennepse pastoor wil hij graag helpen bij dit uniek experiment.

FOTO -Afbeelding van een bugel / - idem klarinet

Deel 12,

Een muziekkorps in wording

De pastoor is vol van zijn muziekplannen. Naast het orgel en zangkoor zal Gennep binnenkort een nieuw soort kerkmuziek gaan horen. Zijn godsdienstige vieringen zullen de mensen nog meer aanspreken en devotie opwekken. De heer Voss heeft beloofd de vier instrumenten te bestellen die geschikt zijn om met z'n vieren eenvoudige melodieën te spelen. De vijfde gegadigde, J.W. Nadler (organist van de protestantse kerk) is bereid gevonden de vier de eerste theoretische beginselen bij te brengen: het notenschrift en de maatsoorten. Voor repetitieruimte heeft de pastoor een oplossing. De spreekkamer van de pastorie is wekelijks beschikbaar. De timmerman zal eenvoudige, houten lessenaars maken.

De start
In de herfst van 1817 komt Voss per koets met de instrumenten naar de pastorie in de Kerkstraat. De leerlingen krijgen elk een instrument in hun handen. En met de pastoor als aandachtige toehoorder leert Voss de jongemannen hoe het instrument op de juiste manier vast te houden en aan de mond te zetten. Met rode hoofden krijgen de vier de eerste schorre klanken uit het instrument. Met spanning op het gezicht luisteren drie hoe hun vierde collega probeert een toon lang aan te houden. “Heel goed”, zegt Voss, “lange tonen oefenen.”
Enkele weken later klinken de eerste aarzelende toomladders door de pastorie. Eerst ieder alleen en tot slot alle vier samen. De pastoorsmeid die in de keuken koffie aan het zetten is, schudt haar hoofd en zucht: Wor mot da hin.

Oefenen
Maar het gaat çrescendo. De adspiranten krijgen er zelf plezier in. Ze hebben de toonladder al onder de knie. De pastoor zorgt dat er elke week koffie en speculaas is. De organist van de katholieke kerk Hendrik Berns, een muzikaal talent van 18 jaar, leert de mannen de sol-sleutel op de notenbalk en de lengte van de voorkomende noten. De motivatie groeit en thuis in de bakkerij, het brouwlokaal horen buren en voorbijgangers de toonladder van laag naar hoog en terug. De heer Voss blijft er op hameren: elke repetitie beginnen met lange tonen van vier tellen blazen om de ‘ammezuur' (embouchure) te verstevigen.

Melodie
Het meest geniet pastoor Van Alphen. Hij loopt af en toe bij een van de muzikanten thuis binnen en moedigt hem aan. Tegen Kerstmis kan het viertal al een eenvoudig kerstliedje uit het koper krijgen. Al weet het kwartet dat een openbare uitvoering nog wel even op zich zal laten wachten. De heer Voss komt niet meer. De route Kleef-Gennep v.v. is in de wintermaanden moeilijk berijdbaar. Hij zal in maart weer eens komen luisteren.

Naam
Op de eerste zonnige dag in maart 1818 repeteert het groepje voor het eerst buiten. Dat is erg wennen: het klinkt in de pastorietuin heel anders dan binnen. Pastoor Van Alphen trakteert daar op een fles Toerteldoef-bier. Hij zegt voor het kwartet een officiële naam in gedachten te hebben wanneer zij zich aan het publiek gaan presenteren. Hij denkt aan: “Unitas et Fidelitas”. Dat is latijn en betekent Eén in God en trouw aan elkaar . Prosit!

de harmonie anno 1908, bij het 90jr bestaan
leerling-muzikanten anno 2017 bij de opening van de tentoonstelling 200jr harmonie

FOTO •  Foto van een groepje leerlingen / 90 jaar UetF

Deel 13,

Het blaasensemble presenteert zich

Pasen valt in 1818 uitzonderlijk vroeg: zondag 22 maart. Een belangrijke dag voor het kleine blaasensemble “Unitas et Fidelitas”. Pastoor Van Alphen heeft met Palmzondag al op de preekstoel aangekondigd: Paaszondag zal de muziekgroep “Unitas ef Fidelitas.” voor de eerste keer de plechtige hoogmis mee opluisteren. De vier muzikanten hebben zich met dirigent Hendrik Berns serieus voorbereid. Ze kennen de vier melodieën bijna uit hun hoofd. Vanaf de orgelgalerij komt het dus: ‘een nieuw lente, een nieuw geluid'!

Gelijk
Het kerkvolk luistert aandachtig en kijkt elkaar aan. De pastoor aan het altaar is trots. Bij het ter communie gaan komt het ensemble als eersten van het koor naar beneden. Ze voelen alle ogen op zich gericht, als ze door het middenpad naar de communiebank lopen. Nu valt het de pastoor plotseling op: ze zouden gelijkvormig gekleed moeten zijn. Hij zal er over nadenken en zich laten informeren. Hoe was dat in Kevelaer ook al weer?

Processie
Hendrik Berns krijgt een complimentje als de heer Voss uit Kleef komt luisteren. De muzieknummers zijn goed ingestudeerd en het geheel klinkt na een half jaar studie al aardig zuiver. Eind mei is de grote sacramentsprocessie. De pastoor ziet graag dat het kwartet in die stoet behalve het kerkkoor ook zal meetrekken en spelen. Berns studeert nog een nummer in, zodat ‘U.et F.' bij elk rustaltaar een andere melodie kan ten gehore brengen.

Aanwas
Dit nieuwe musiceren is een doorslaand succes in Gennep. Er melden zich twee nieuwe leerlingen aan. Dat betekent twee nieuwe instrumenten. Het kerkbestuur financiert de helft, de pastoor vult aan uit eigen zak. Dirigent Berns oefent voortaan eerst met het enthousiaste leerlingenduo en daarna met het kwartet. Als er nog meer gegadigden komen wordt de pastoriekamer te klein!

Sjerp
Pastoor Van Alphen vraagt de kleermaker of hij een idee voor iets gelijkvormigs weet voor het toekomstig zestal. Die stelt voor een brede sjerp. De pastoor stemt toe: ja, eenvoudig en herkenbaar. Hij geeft de kleermaker opdracht tien sjerpen te maken met kwast en van verschillende lengtes. De sjerp zal de kerkelijke kleuren geel en wit hebben. De rekening kan de kleermaker afgeven aan de pastorie…

De harmonie voor de Gennepse processie te Kevelaer, ca. 1930
De harmonie bij de Gennepse Sacramentsprocessie in 1906

FOTO -De harmonie voor de Gennepse processie te Kevelaer, ca. 1930 / -De harmonie bij een Gennepse processie

Deel 14,

Gennep ook kerkelijk bij Nederland

Als Gennep in 1815 opgenomen wordt in het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, is het contact met de oude hoofdstad Kleef nog hecht. Welgestelde Gennepenaren gaan in Kleef naar de tandarts of dokter. De handelslui richten hun prijzen naar die op de Kleefse markt. Ze bezoeken nog steeds de Kleefse weekmarkt. Er rijdt twee keer per week een vracht- en postdienst naar/van de oude hertogstad.

Veranderingen
Pastoor Van Alphen heeft nauwe contacten met zijn collega's van ‘over de grens'. Veel parochiegeestelijken in deze regio zijn geboren in het Kleef-Pruisische grensgebied. Ook op kerkelijk terrein komen er nu veranderingen op gang. Het Pruisisch Rijnland gaat terug naar het bisdom Keulen. En wat gebeurt er met de parochies zoals Gennep, die staatkundig bij Nederland gevoegd zijn? (1815)

Grave
Ofschoon bij het Koninkrijk der Nederlanden horend, had pastoor Van Alphen vanaf 1815 zijn instructies toch nog altijd uit Aken gekregen. Maar in 1821 veranderde ook dat. De parochie Sint Martinus te Gennep moest zich vanaf dat jaar richten op het zogenaamde Apostolisch Vicariaat in Grave. De Duitse taal maakte plaats voor het Nederlands. Maar ja, op het stadhuis waren vanaf 1816 de akten van de Burgerlijke Stand al in het Nederlands (daarvoor in het Duits, Frans en weer Duits!).

Bazuinen
Pastoor Van Alphen accepteert hoofdschuddend deze zoveelste mutatie. Hij concentreert zich met hart en ziel op zijn parochianen. Het lichamelijk en geestelijk heil van arm en rijk komt op de eerste plaats. Aken of Grave, hij richt zich op de ene, onveranderlijke God daarboven. Zijn parochianen bij God brengen door onderricht, gebed, zang en luisterrijke rituelen, dàt is zijn taak. Zijn nieuwe blaasmuziek kwam in het Oude Testament bij het beleg van Jericho al voor (bazuinen)!

Faam
De muziekgroep “Unitas et Fidelitas” telt nu in 1821 al zeven actieve leden; ze is uniek aan beide zijden van de Maas. Dit jaar heeft dirigent kapelaan Berns met zijn muzikanten de eer gehad te mogen musiceren bij de installatie van de nieuwe pastoor Wilhelmus Soetekouw in Heijen. De faam van het ensemble heeft zich na drie jaar al tot ver buiten Gennep verspreid.

Cleve/Kleef
Gennep

FOTO -ansicht Kleef/-ansicht Gennep

Deel 15,

Veranderingen

Theodoor van Alphen zag de kinderen van zijn overleden zus Clara opgroeien. Hij was zeer verheugd, toen neef Herman te kennen gaf priester te willen worden. Na zijn studies werd hij in 1827 te Münster tot priester gewijd en nog dat zelfde jaar benoemd tot kapelaan… bij zijn heeroom in Gennep! Kapelaan Herman Michels was heel muzikaal en bespeelde zeer verdienstelijk het orgel van de Martinuskerk, wanneer organist Hendrik Berns afwezig was.

Nieuwe dirigent
Oktober 1828 musiceert het tot 10 leden uitgegroeide “Unitas et Fidelitas” na de hoogmis ter gelegenheid van de kerkherdenking van St. Victor te Xanten op het pleintje vóór de kerktoren. Dirigent Hendrik Berns voelt zich na afloop van het buitenconcert niet lekker. Hij gaat naar huis te bed en … overlijdt daags daarna. Het blaasorkest verliest plotseling zijn eerste dirigent. Op aandringen van zijn heeroom neemt kapelaan Herman Michels de muzikale leiding van de blaaskapel op zich.

Nieuwe natie
Niet lang daarna sijpelden er berichten door, dat er grote wrijvingen bestonden tussen Zuidelijk en Noordelijk Nederland. Vooral in de zuidelijke steden riepen groeperingen (katholieken en liberalen) om afscheiding van het protestantse Noorden. De grote mogendheden wilden geen nieuw wapengeweld zo kort na Napoleon. Ze dwongen een scheiding af door een onafhankelijk nieuwe staat België te erkennen.

België
Het hertogdom Limburg -en dus ook Gennep c.a.- komt bij het diplomatiek ingrijpen van de grote naties in België te liggen. Na de Gennepse kermis van1830 wordt die wisseling van nationaliteit merkbaar. Dinsdag 26 oktober 1830 vergadert de Gennepse gemeenteraad nog onder de beeltenis van koning Willem I. Vier dagen later, op zaterdag 30 oktober, is er op het stadhuis een extra vergadering. Daarin deelt Derk Berns mee, dat koning Leopold I van België hem benoemd heeft tot burgemeester van Gennep. Dezelfde functie die hij al bekleedde onder Willem I van Oranje. Gennep is Belgisch geworden. De Gennepenaren dienden de Nederlandse driekleur te vervangen door het Belgische zwart-geel-rood…

Definitief
Koning Willem I van het kleine Noord-Nederland weigert aanvankelijk de scheiding tussen Noord en Zuid te accepteren. Hij beschouwt de Belgische opstand als een binnenlandse aangelegenheid en stuurt augustus 1831 een troepenmacht naar het opstandige Brussel. Zijn politiek mislukt. Hij kan niet tegenhouden dat later bij het Verdrag van Londen Noord en Zuid definitief gescheiden blijven. Een onafhankelijk Koninkrijk België is definitief een feit (1839). Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden valt uiteen en de landsgrens wordt vastgesteld. Er komt dan weer een Nederlands Limburg met daarin ook Gennep. Gennep hoort nu weer bij Nederland.

Koers
Pastoor Theodoor van Alphen komt ‘s zondags in zijn preek op de nieuwe nationaliteitswisseling terug. Hij zegt te kunnen begrijpen dat menigeen hierdoor de koers kwijt raakt. Hij houdt zijn parochianen voor, dat Gods kerk een veilige haven is, die een standvastige koers garandeert. Al zijn het veranderlijke tijden waarin men leeft, het schip der kerk vaart onder Jezus' hoede al eeuwen lang een onveranderlijke koers op de woelige wereldzee.

FOTO Drie portretten Willem I/ Leopold I/ Willem II; Gennep in de periode 1830-1840

Deel 16,

Staatkundige en kerkelijke wijzigingen


Toen de 33jarige Van Alphen in 1812 tot pastoor in Gennep werd benoemd, was daar de dan 55jarige Conrad Th. Hermsen dominee. Er deed zich het merkwaardige feit voor, dat beide geestelijke leiders geboren Gennepenaren waren! De gereformeerde kerkgemeente telde ongeveer 10% van de Gennepse bevolking. De overige 90% waren op 20 joden na katholiek.

Geestelijke leiders
Pastoor en dominee konden over zaken Gennep betreffend goed met elkaar overweg. Maar bij godsdienstige onderwerpen werd de verstandhouding formeel. Toen in 1830 ds Hermsen zijn gouden ambtsjubileum als dominee vierde, kwamen volgens een verslag ‘roomsgezinden' ook feliciteren. Of pastoor Van Alphen daar bij was, wordt niet vermeld. Wanneer de 89jarige dominee in 1836 overlijdt, neemt de in het buitenlandse Heumen geboren Henricus Ruttinck de beroeping in Gennep aan.

Twee-eenheid
Augustus 1839 leest burgemeester Antoin J. Gilta publiekelijk een proclamatie voor, waarin hij vermeldt dat Gennep terugkeert in de schoot van het Koninkrijk Nederland. Het stadje ligt dan in een twee-eenheid: het hertogdom Limburg én de Duitse Bond. Pastoor Van Alphen -en met hem veel bemiddelde Gennepenaren- denken hiervan: zotter moet het toch niet worden. Zij mogen belasting betalen aan twee overheden: Nederland en de Bond. Aan Nederland onder meer om de schulden van de tiendaagse oorlog tegen … België te helpen dekken (1831) .

Horst
Het jaar daarop (1840) staat Gennep een nieuwe verandering te wachten. Dit keer in de kerkelijke overheid. Pastoor Van Alphen gaat met zijn Sint Martinusparochie behoren tot het nieuwe Apostolisch Vicariaat Limburg. Zijn superieuren worden vicaris J.A. Paredis in Roermond en de deken van Horst. De Gennepse parochie moet vanaf nu contacten gaan onderhouden met een vreemde plaats ergens over de Maas. Deze rivier is vanuit Gennep de enige ‘verkeersweg' richting Horst en vormt vooral 's winters een schier onneembare barrière.

Schaapjes
Pastoor Theodoor van Alphen voelt zich op zichzelf aangewezen. Samen met zijn kapelaan Lambertus Boudewijns zal hij met Gods hulp en eigen inzicht de schaapjes hoeden. De bordjes waren opnieuw verhangen. Maar je moest niet bij Van Alphen aankomen met zoals de wind waait, waait mijn jasje . Neen, op God, mijn Superieur, zal ik bouwen.

Protestantse kerk Gennep
Apostolisch vicaris J.A. Paredis (1840-1853)

Deel 17,

Pastoor en conflicten

Kort na Genneps overgang van België naar Nederland (1839) onderhield burgemeester Gilta zich met pastoor Van Alphen. Gilta had namelijk klachten ontvangen van de protestantse gemeente via dominee Ruttinck. Het betrof hier de vele keren dat de pastoor met koorzangers en het Muzijk Corps (dus de Harmonie),in processie door Genneps straten trok. Protestanten stoorden zich daaraan, volgens de dominee. Pastoor Van Alphen nam deze klachten voor kennisgeving aan. Gedurende het Belgisch bewind en daarvoor onder dominee Hermsen was er nooit geklaagd. De pastoor bleef processie trekken. Sinds dien negeerden Van Alphen en Ruttinck elkaar.

Koninklijk bezoek
Maart 1841 ontvangt burgemeester Gilta een brief van het Gouvernement, waarin hem meegedeeld wordt dat koning Willem II voornemens is komende juni een werkbezoek aan het hertogdom Limburg te brengen. Hij wil daarbij ook Gennep aandoen en op het stadhuis genodigden ontvangen. Voorts dient de burgemeester te zorgen voor zes wisselpaarden op die dag. Ten slotte moet de ‘beschadigde' doorgaande route alle noodzakelijke reparaties ondergaan! (De rijksweg is van latere datum wvd)

Uitnodiging
In mei 1841 krijgen alle vijftien leden van het Muzijk Gezelschap persoonlijk een schriftelijke uitnodiging om op 11 juni het bezoek van de koning muzikaal op te luisteren. (Bij de vijftien leden blijken 4 bakkers en 3 pottenbakkers te zijn! wvd). Dirigent is dan Jan Arnold Michels, die in 1838 zijn heerbroer, kapelaan Herman G. Michels, is opgevolgd. Laatste heeft Gennep heimelijk verlaten. (Om zijn heeroom Theodoor van Alphen niet te verdrieten.) Hij is namelijk -blijkt later- in het klooster getreden. (1838)

Weerspannig
Vanwege dit koninklijk bezoek ontstaat er een conflict tussen pastoor Van Alphen en de Apostolisch vicarius Joh. Paredis. De pastoor krijgt van de vicaris de boodschap om op die 11e juni bij de koning op audiëntie te gaan. Maar deze weigert bij koning Willem II te verschijnen. “Die protestantse vorst is mij vreemd. Ik heb de koning van Pruisen, een koning en keizer van Frankrijk, een koning van de Nederlanden,en de koning van België reeds geëerd. Ik ken mu nog slechts één Heer, God almachtige vader”.

Keuze
Het conflict liep hoog op. Bij de diplomatieke vicaris viel dit weg blijven bij de protestantse koning totaal verkeerd. Onmin bij de koning was het laatste wat de vicaris wilde. Hij speelde het toen hoog. De obstinate pastoor werd voor de keus gesteld: geschorst worden als pastoor of op audiëntie gaan. Pastoor Van Alphen wilde zijn parochianen niet in de steek laten. Hij koos voor het laatste en ging met frisse tegenzin die 11e juni naar het stadhuis…

Brief van burgemeester Gilta aan de 15 muzikanten van de harmonie om mee te doen aan het feestelijk onthaal van de koning
Het stadhuis van Gennep. In 1841 was het stadhuis nog niet gepleisterd. Dit werd 30jaar later gedaan vanwege vochtproblemen binnen. Weer later werd die pleisterlaag (gelukkig) weer verwijderd en veranderde ook het dak van de stadhuistoren van de ui-vorm van toen naar het veel elegantere dak van nu.

Deel 18,

De pastoor trekt processies

Pastoor Van Alphen merkte al snel dat de Nederlandse overheid van 1839 in hoofdzaak reformatorisch was en de katholieke eredienst vrijheden moest bevechten. In het hertogdom Limburg mochten plaatsen met een overwegend katholieke bevolking in een katholieke regio maximaal 6 processies per jaar over de openbare weg houden mits die rituele stoeten van oudsher bestonden. Gennep was zo'n plaats. Pastoor Van Alphen, afkomstig uit het Kleverland, had met die beperking grote moeite.

Klaagbrief
Dominee H. Ruttinck, sinds 1836 in Gennep, ergerde zich sedert zijn aantreden mateloos aan deze rituele stoeten. Hij richt zich op 1 april 1842, met voorbij gaan van de lokale overheid, rechtstreeks tot de hoge autoriteit, de gouverneur van Limburg. In een brief doet hij zijn beklag over het optreden van de pastoor. Dat de verstandhouding tussen beide geestelijke leiders bepaald niet hartelijk was, moge blijken uit de toonzetting, woordgebruik en inhoud van de klaagbrief.

Ruttincks klacht
De dominee beticht de pastoor er in zijn brief van opzettelijk processies met veel lawaai, luid biddend, zingend en musicerend langs zijn kerkgebouw te laten trekken. Hij hield daar dan op dat moment een godsdienstoefening.
Dominee Ruttinck schrijft letterlijk:
“… Deze pastoor is een man, die aan UHEG niet onbekend kan zijn wegens zijn twistgierig, hatelijk en onverdraagzaam gedrag.” Verderop in zijn brief heet het:
“… Wij hebben gezwegen om hem niet openlijk als een leugenaar aan te klagen, toen hij aan den Koning, bij H.D. bezoek alhier, durfde te verzekeren, dat alhier steeds vrede, verdraagzaamheid en eendragt hadden plaats gevonden.” Ook vindt de dominee het opmerkelijk dat de burgerlijke overheid (gemeentebestuur) en rijksambtenaren in de optocht meetrekken. De klager vraagt tot slot nederig dat aan de vele processies gedurende zijn godsdienst een einde moge komen.

Richtlijn
De gouverneur trad in overleg met de apostolisch vicarius. De pastoor kreeg als richtlijn het aantal processies waarbij het Allerheiligste werd mee gedragen te beperken. En die dan te houden op een zodanig tijdstip dat de gereformeerde godsdienst niet werd verstoord.
Pastoor Van Alphen diende zich volgens de vicarius aan de richtlijnen te houden. Dus trokken de Sacraments- en Mariaprocessie, de Kindheids- en de Kruisdagenprocessie door het stadje. De overige processies hield de pastoor niet op de openbare weg maar op ‘eigen' (kerk)terrein. De verstandhouding tussen dominee en pastoor daalde tot een dieptepunt.

(Bron: P.J. Margry: Teedere quaesties…Hilversum, 2000)

bijna 100jr na de tijd van van Alphen trekt hier een processie door de Zandstraat (rond 1930)
Kindheids-processie. En natuurlijk gaan de kinderen op de foto

FOTO: -processie door Gennep/ -kindsheidprocessie

Deel 19,

Opnieuw aangeklaagd

Voor Henr. Ruttinck, dominee van de Gennepse protestantse gemeente, bleven processies een doorn in het oog. In 1848 wendt hij zich opnieuw tot de gouverneur: pastoor Van Alphen lapt de richtlijn van 1842 aan zijn laars. De predikant heeft maar liefst 35 processiën geteld! In niet mis te verstane bewoordingen klaagt hij pastoor Van Alphen als de veroorzaker van alle ellende aan.

Rapport
De (nieuwe) gouverneur in Maastricht leest deze klacht uit het verre Gennep. Een ambtenaar legt het dossier ‘Processies te Gennep' uit 1842 op zijn bureau. Na bestudering vraagt de bewindsman om bericht en raad aan de districtscommissaris (d.c.) te Roermond. Deze wijst in zijn rapportage op de krasse toon van de klacht: de dominee blies wel erg hoog van de toren. Mede gelet op het feit dat de Gennepse bevolking bestaat uit 1000 katholieken, 60 protestanten en 20 joden.
Het overgrote deel van de door Ruttinck als processie bestempelde processiën waren bedevaartstoeten die door Gennep trokken naar en van Kevelaer. Er bestond verschil tussen in de wet genoemde processies en bedevaarttochten. Deze traditionele stoeten, aldus de d.c., bestonden in Gennep van oudsher. En in de Franse en Belgische tijd waren er nooit klachten gerezen.

Advies
De bedoelde geluidsoverlast moest in juiste proporties worden gezien. Een tiental zangers en muzikanten passeerden het protestants kerkgebouw in korte tijd op afstand. Zijn advies: arrangeer een overleg met de kerkvoogd bisschop Paredis in Roermond. Uit toon en inhoud van de klachten maakte de d.c. op, dat de dominee de pastoor niet benaderd had voor overleg.

Prudent
De gouverneur achtte het toch raadzaam deze ‘'tere kwestie' naar de hoge regering in Den Haag te sturen. Hij wist dat er onder koning Willem I een streng regiem geheerst had tegenover de katholieken. Nu onder Willem II was dat milder geworden. De regering diende zich over die zaak in het overwegend katholiek Gennep, gelegen in dat oer katholieke Limburg, ietwat prudent op te stellen. Mede gezien de onrust die in dat gewest heerste sinds de terugkeer onder de Nederlandse vlag.
Een overleg tussen de kerkelijke en staatkundige overheid zou de oplossing brengen.
De d.c. vindt dat ds Ruttinck wel erg ‘hoog te paard' zit. Bij een getal van 60 protestanten in Gennep tegenover 1000 katholieken zou een gematigde opstelling eerder positief effect sorteren..

Populariteit
Deze opstelling van Ruttinck zal de verstandhouding tussen het katholiek en protestant volksdeel niet ten goede zijn gekomen. De populariteit van pastoor Van Alphen lijdt niet onder deze commotie. De ondertussen 70jarige geestelijke trekt zijn eigen plan. Hij geeft elke week godsdienstles op de lagere school, bezoekt de zieken en ondersteunt de armen. Hij leest zijn brevier in de tuin achter de pastorie. Bij grote nood steekt hij de helpende hand toe en hij schuwt niet welgestelden op hun plicht tot naastenliefde te wijzen. Zijn parochianen dragen hem op handen.

Verkiezing
In mei 1848 moeten de stemgerechtigden van de gemeente Gennep uit hun midden twee burgers kiezen. Deze kiezen op hun beurt de afgevaardigden die Limburg vertegenwoordigen in de Duitse Bond. (Limburg werd vanaf 1839 bestuurd door Nederland én de Duitse Bond.) De populariteit van de pastoor zien we terug in de verkiezingsuitslag: 1. Th. van Alphen (150 stemmen); 2. Burgemeester A.J. Gilta (113 st.).

Hertogdom Limburg/Duitse Bond
de oude Maasstraat


FOTO -Kaart Hertogdom Limburg /-de oude Maasstraat

Deel 20,

Heeroom en neef in Gennep

In het begin van de 50er jaren van de 19 de eeuw kondigt zich een heuglijke gebeurtenis aan: op 11 juni 1852 is pastoor Van Alphen 50 jaar priester. De Gennepse katholieke gemeenschap wil dit gouden jubileum niet zonder meer laten passeren. Er wordt een jubileumcomité in het leven geroepen met notaris Aug. Bloemarts als voorzitter. Het zal een stadsfeest worden.
Op de dag van het feest, zondag 10 juni, is heel Gennep één vlaggenzee. De pastorie is versierd met slingers en geelwitte vlaggetjes. En boven de voordeur een met groen omrand bord waarop ‘50' in gouden cijfers. De route van de pastorie naar de kerk is omzoomd door berkenboompjes, getooid met witte en gele papieren roosjes.

Serenade
De harmonie begeleidt de 73jarige jubilaris naar en van de kerk. Het korps onder leiding van Jan A. Michels, de neef van de jubilaris, brengt de gouden priester een gloedvolle serenade, waarbij de dirigent zijn heeroom het korps presenteert als pastoors eigen muzikaal kind. Pastoor Van Alphen op zijn beurt dankt ‘Unitas et Fidelitas' voor bijna 35 jaar trouwe inzet voor kerk en gemeenschap. Speciaal richt hij zich tot de vier muzikanten van het eerste uur, die nog steeds in het korps actief zijn.

Bisdom
Het jaar na het gouden priesterfeest wacht de Sint Martinusparochie opnieuw een verandering. Pastoor Van Alphen krijgt bericht dat de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland is hersteld (1853). Het was een gevolg van de wettelijke scheiding tussen kerk en staat, die in de grondwet van 1848 was vastgelegd. De apostolisch vicarius van Limburg Johannes Paredis is nu bisschop van het bisdom Roermond geworden. Hij is de man die de pastoor destijds (1841) voor de keus had gesteld: op audiëntie gaan bij koning Willem II òf geschorst worden als pastoor.

Dominee
De nu 74jarige pastoor had teveel veranderingen meegemaakt in zijn leven om zich hierover nog druk te maken. Hij stond dicht bij de mensen, al stelde hij zich zeer formeel op tegenover ds Ruttinck en de kerkenraad. "Zij hadden hem en zijn kapelaan Lambertus Boudewijns in de uitoefening van hun heilig ambt gedwarsboomd door de gouverneur onjuist in te lichten over de Gennepse processies".

Zorgverlener
Desondanks keek hij met voldoening terug op zijn meer dan veertig jaar zielzorg in Gennep. Wie 's avonds in het donker bij de pastorie in de Kerkstraat aanklopte, werd door de huishoudster Christina Hasselmans in de spreekkamer gelaten. De pastoor had immer tijd. Hij was raadsman, trooster, scheidsrechter en soms ook hard in zijn oordeel. Maar altijd ging het bezoek verlicht naar huis.

Neef Jan
Zijn oomzegger Jan Arnold Michels, succesvol wijnhandelaar op de Zandstraat (nu nr. 28), bestuurde en dirigeerde vol enthousiasme ‘zijn' muziekkorps “Unitas et Fidelitas”, dat steeds meer leden telde. Op bedevaart in Kevelaer waren de Gennepse muzikanten niet altijd welkom, omdat "zij de Kevelaerse musici in het begeleiden van pelgrimsgroepen het brood uit de mond stieten"! Van Alphen stelde hen met een douceurtje tevreden.

Jan A. Michels
Heeroom en neef zetten beiden hun beste krachten in voor de katholieke kerk in Gennep. Ze streefden ernaar de kerkelijke diensten zo luisterrijk mogelijk te vieren. Neef Jan Arnold was tevens organist. Hij schonk de Martinusparochie een nieuw kerkorgel, dat hij zelf met verve inspeelde. Het zangkoor bereikte onder zijn bezielende leiding een hoog niveau. Heeroom, pastoor Theodoor Van Alphen, kon zich op zijn oude dag geen betere promotor wensen. Hij dankte God.

De Martinuskerk beschikte reeds vroeg over een orgel (voor 1648); in 1871 plaatste Rütter (Kevelaar D) een nieuw orgel; dit ging in in de oorlog in1944 verloren. In 1955 werd in de Sacramentskapel van de nieuwe Martinuskerk een rond 1780 gebouwd positief werd geplaatst, welk laatstelijk dienst had gedaan in de St.Lebuiniskerk te Deventer. Ook voor de nieuwe kerk bouwde Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in 1958 het huidige driemanuaals orgel, dat boven bij het koor staat.

Van het orgel in het verhaal van Wiel hebben we helaas geen afbeeldingen. De foto hierboven is van het kabinetsorgel in de Sacramentskapel van de huidige Martinuskerk

de genadekapel in Kevelaer op een ansichtkaart uit 1902

FOTO -kabinetsorgel Martinuskerk/-Genadekapel Kevelaer in 1902

Deel 21,

De pastoor wordt 80

Op zijn uitdrukkelijke wens werd de 80 ste verjaardag van pastor Van Alphen in ‘huiselijke kring' gevierd (1858). Zijn tanende gezondheid liet grote drukte niet toe. Die maandag 30 november 1858 kreeg hij toch bezoek. Burgemeester Louis Muskens, vergezeld van Theodoor Hermsen en Jan Peters, schepenen, kwam de jarige alsnog feliciteren. Ook notaris August Bloemarts liep even binnen om de hand te drukken.

Schilderij
Neef Jan A. Michels en zijn vrouw Henrica van de Loo van de Roepaen bleven een kopje koffie drinken. De huishoudster van kapelaan Lamb. Boudewijns hielp die van de pastoor een handje in de keuken. Het vierkoppig kerkbestuur liet zijn gelukwensen vergezeld gaan van een geschilderd portret van de pastoor. Deze dankte geroerd, maar vond het eigenlijk te veel eer.

Muziekfeest
Dirigent Michels bracht nadrukkelijk de gelukwensen over van de leden van harmonie “Unitas et Fidelitas”. Het korps had zijn oprichter graag een serenade gebracht, maar het eerbiedigde de wens van de pastoor, tevens oprichter van het muziekgezelschap, dit jaar precies 40 jaar geleden. Het 40jr bestaansfeest was enkele maanden daarvoor gevierd met een plechtige H. Mis, tijdens welke het gezelschap de dienst muzikaal had omlijst. Diezelfde zondagmiddag was er een openlucht concert geweest in een kiosk op de Markt en 's avonds een feestdiner in logement Van Lith.

Versje
Het hoofd der school J. Langenhoff kwam die 30 ste november 's middags met twee kinderen een bloemenhulde brengen. Het meisje en de jongen zegden samen voor de jarige in de armstoel een ingestudeerd versje op. Wat de 80jarige zichtbaar ontroerde.

Vlag
De huizen in de Kerkstraat hadden ter ere van de pastoor de Gennepse vlag uitgestoken. De jarige pastoor was immers een Gennepenaar van geboorte en sinds 1812 weer in Gennep woonachtig.

Jaar later
Het jaar daarop verliest pastoor Van Alphen zijn trouwe helper, kapelaan Boudewijns (1859). Deze neemt na meer dan 20 jaar de kapelanie bediend te hebben wegens ouderdom ontslag en gaat als rustend priester in Heijen wonen. De parochie krijgt een nieuwe kapelaan Gerardus Beckers, die een aantal taken van de bejaarde pastoor overneemt.

Klok
Theodoor van Alphen denkt niet aan stoppen zoals zijn kapelaan verwacht. Hij wil in het harnas sterven en nog zo lang mogelijk voor zijn parochianen met wie hij vergroeid is, aanwezig zijn. Een gevleugelde uitspraak van hem: “Zo lang ik de klok hoor luiden ben ik er nog voor iedereen.”


blik vanaf de Markt richting Zandstraat
blik vanaf de Zandpoort richting stadhuis

Deel 22,

Finale

Medio 1860 begint pastoor Van Alphen krachten te verliezen. Na bijna 82 jaar intensief werken wordt de energie zienderogen minder. De herfstkleuren in de tuin achter de pastorie gaan het hier en dar winnen van het zomerse groen. De dagelijkse H. Mis put hem uit. De koster moet hem de trappen van het altaar op en af helpen.
Voor het eerst moet hij de zondagse Hoogmis aan zijn nieuwe kapelaan Beckers overlaten. De preekstoel kan hij niet meer opklimmen. De preek houdt hij in een leunstoel op het priesterkoor. Na de 150 meter lopen van de pastorie naar de kerk moet hij in de sacristie even bijkomen. De parochianen zeggen tegen elkaar: “Van Alpen is aan het verslijten. Het gaat hard.”

Bediend
Begin september blijft Theodoor van Alphen te bed. Dokter Bodenstaff zegt het in de keuken: “Hij is op, dit duurt niet meer lang.” De tweede week van september zetten ze zijn bed voor het raam. Met twee kussens achter de rug kan hij de Kerkstraat in kijken. Hij ziet de kerk en zijn toekomstige plek, het kerkhof. Kinderen lopen naar school bij het kerkhof. De school waar hij zelf vroeger naar toe ging vanuit de Zandstraat.
Het nieuws gaat als een vuurtje door Gennep; het loopt af met de pastoor. En dan vrijdag de 14 de gaat het van mond tot mond: Van Alpen is bediend. Er vormt zich langzaam een groepje mensen in de Kerkstraat voor de pastorie. Ze zien een hoofd in de kussens achter het opzij geschoven gordijn. Als het donker wordt, staat er nog een aantal biddende mensen. De kapelaan komt naar buiten vertellen dat de pastoor hen zegent.

Doodstijding
Zaterdag de 15 de september zegt de kapelaan in de vroegmis dat de pastoor die nacht om 5 uur vredig ingeslapen is. Algemene verslagenheid. Gennep rouwt om een geliefde priester. In de herberg van Jan Noij op de Zandstraat is er die zondag maar één onderwerp. Een grote Gennepenaar is niet meer. Jan A. Michels, directeur van de Harmonie, roept alle leden voor zondag 15.00 uur bijeen om de treurmuziek te repeteren.

Aangifte
Die zelfde zaterdag gaan wethouder M. Noy, neef van de overledene, en A. van Dyck als buurtgenoot naar het stadhuis om het overlijden van pastoor Theodorus van Alphen officieel te laten vastleggen. Burgemeester Lod. Muskens, ambtenaar van de Burgerlijke Stand, stelt daar de sterfakte op. Na voorlezing tekenen ambtenaar en de twee declaranten de akte.

Rondtocht
's Maandags om 16.00 uur gebeurt er iets unieks. Een stoet, schoolkinderen en harmonie voorop, trekt door de straten van het stadje Gennep met het stoffelijk overschot van de pastoor. Achter de door twee met zwarte doeken bedekte paarden getrokken lijkwagen een lange rij mensen van alle rang en stand door elkaar. Zoals ze voor pastoor Van Alphen altijd waren geweest. De smid met zijn voorschoot, de schoenmaker met zijn leren riem, de timmerman met zijn zaag, allen zo weggelopen uit zijn werk. Naargelang men verder trok, werd de stoet steeds langer. Bij zijn geboortehuis op de Zandstraat stond de stoet even stil. Daarna trok men verder naar ten slotte de pastorie. Pastoor Van Alphen had zijn laatste gang door zijn vertrouwd Gennep gemaakt.

Teraardebestelling
Dinsdag 18 september neemt een overvolle kerk met zelfs mensen buiten vóór de kerktoren, en meer dan twintig geestelijken aan het altaar, afscheid van de markante, strijdbare zielzorger. Pastoor G. Bernst uit Heijen houdt een indrukwekkende afscheidspreek. Op het kerkhof bij de groeve speelt de harmonie “Unitas et Fidelitas” de laatste treurhymne voor zijn oprichter. Hoofd der school J. Langenhoff spreekt een roerende grafrede uit, waarin hij de gevoelens van de Gennepse gemeenschap vertolkt.
Na een laatste zegening zakt de kist in het graf. Naast dat van zijn vader Gerhard van Alphen. Diens zoon Theodoor, een Gennepse jongen, die in de 19 de eeuw geschiedenis heeft geschreven.

rondtocht door Gennep
ter aardebestelling naast de Martinustoren

Deel 23,

Na zijn dood

De overleden pastoor Theodoor van Alphen werd op dinsdag 18 september 1860 onder massale belangstelling, begeleid door de kerkelijke harmonie “Unitas et Fidelitas”, ter aarde besteld. De door hem opgerichte Harmonie bracht de pastoor met treurmuziek naar zijn laatste rustplaats. Op zijn wens lag zijn graf dicht bij de muur van de kerk, waar hij in 1778 gedoopt was, de communie had gedaan, zijn eerste H. Mis had opgedragen en gedurende 48 jaar de diensten had geleid.

Ontruimen
De pastorie stond thans leeg, wachtte op een nieuwe bewoner. De naaste familie van de overledene, de familie Jan A. Michels, had nu gelegenheid de persoonlijke eigendommen van de pastoor zaliger mee te nemen. Voor zo ver aan huisraad geen emotionele waarde kleefde, kon het een nieuwe eigenaar krijgen. De nieuwe pastoor kwam met zijn eigen huisraad in een ontruimde pastorie. De familie Michels koos voor een publieke verkoop van de overbodige inboedel. Dus staat in De Kantonbode, Gennepsche Courant van zaterdag 22 september 1860 een advertentie met de volgende inhoud:


OPENBAAR VERKOOP

van eenen aanzienlijken

INBOEDEL

De Notaris BLOEMARTS zal ten verzoeke der Erfgenamen van wijlen ZWEerw. den Heer Pastoor van ALPHEN, op Maandag den 1 October 1860, ten 9 ure vóórmiddag in het Pastorale huis te Gennep, overgaan tot openbare veiling van eenen aanzienlijken inboedel, houdende in:
Beddegoed, Linnen, Pellen, Kabinetten, Kasten, Secretair, ……… (enz., enz.) ..….en wat verder ten berde zal worden gebragt.

ZEGT HET VOORT

Notaris
A.M.G.H. Bloemarts kwam in 1843 als notaris in Gennep wonen op nu Zandstraat 2. Hij was de eerste notaris in het Nederlandse Gennep, nadat notaris J.H. Goossens in 1815 bij de overgang van Gennep naar Nederland het stadje had verlaten voor Kranenburg. Bloemarts bleef tot zijn dood (1891) in functie. Hij kende Theod. van Alphen derhalve 17 jaar als pastoor. Hij was een oudoom van notaris A. Bloemarts, die in de tweede helft van de 20 ste eeuw in Gennep resideerde.

Nieuwe pastoor
Eind 1860 benoemde Mgr J. Paredis een opvolger voor pastoor Van Alphen in Gennep. Het werd de 53jarige te Escharen geboren Jan Bernardussen, tot dan pastoor te Helden. In 1862 werd deze de eerste pastoor-deken van het toen opgerichte dekenaat Gennep (1862-2008).

krantenkop De Kantonbode
de advertentie van de inboedel

-E I N D E-