De "lob van Gennep"

8 sept 2019: Op verzoek van verschillende mensen heb ik wat zaken met betrekking tot de “lob van Gennep” op een rijtje gezet. De diverse afbeeldingen heb ik in eerdere bijdragen al op facebook gezet. De informatie welke ik verzameld heb en hier toon komt uit verschillende publieke bronnen en ik geef vervolgens mijn interpretatie. Indien er mensen zijn, die het beter weten, of die opmerkingen hebben, laat dat dan aub weten.

.

De “LOB”

Tot in de jaren na 1993/1995 had nog niemand van de “lob van Gennep” gehoord. Ik heb het op delpher nagezocht en tot 1995 wordt geen enkele keer “lob van Gennep” genoemd. En de database van delpher beslaat meer dan 100 miljoen pagina's uit kranten en tijdschriften. De zogenaamde lob is dan dus van later datum en bestond tot 1995 niet.

Wat het gebied zelf betreft: Anders dan dat de overheid, de projectgroep en zelfs de wethouder van Gennep aangeeft, is het gebied geen natuurlijk onderdeel van het stroomgebied van de Maas en is ook niet laag gelegen. Dit kan aangetoond worden met een aantal zaken:

•  In de Rivierenwet, die tot 1998 gold, zijn kaarten opgenomen die het stroomgebied en de beddingen van de grote rivieren aangeven. Het gebied valt daar duidelijk buiten.

•  Rijkswaterstaat heeft de verschillende grote overstromingen vanaf 1800 in kaart gebracht. Op die kaarten is duidelijk te zien dat het gebied niet overstroomd is. Dit in tegenstelling tot grote gebieden aan de Brabantse kant van de Maas, vanaf Beugen noordwaarts. Wel zijn de oude stadskern van Gennep en ook het oudste gedeelte van Ottersum in 1926 overstroomd ook in 1993 waren die plaatsen bedreigd, maar het grootste gedeelte van het gebied bleef gewoon droog.

Na de watersnood van 1993 en 1995 is er iets veranderd. Hoogwaterveiligheid kwam opnieuw meer onder de aandacht en het concept ruimte voor de rivier werd ontwikkeld. In 1998 kwam er de Waterwet, die de vorige Rivierenwet en een aantal andere wetten verving. En daar verscheen ineens een “lob van Gennep” voor water-retentie. Dat had tot gevolg dat het gebied (grotendeels) ineens tot rivierbedding benoemd werd.

Hieronder de kaarten van Rijkswaterstaat van 1993

 

Ik vraag me dan af waarom (blijkbaar) niemand in het gemeentebestuur, politiek of ambtenarenapparaat van Gennep overeind geschoten is en aan de bel getrokken heeft, dat hier een toch wel belangwekkende ontwikkeling gaande was met grote consequenties voor de gemeente Gennep en haar inwoners. Want omdat het gebied ineens tot retentiegebied verklaard werd, ontstonden daardoor grote beperkingen in de bouw- en ontwikkelmogelijkheden.

 

Volgens de wet woonden we met zijn allen ineens op een rivierbedding. Dit had ook grote gevolgen voor de financiële gevolgen van een eventuele overstroming, omdat de overheid de stelregel gedefiniëerd had “eigen schuld, dikke bult”.

 

Zo schrijft VVD minister Sybilla Dekker in haar “Beleidsbrief Beleidslijn grote rivieren” in 2006:

“Veiligheid en schade De beleidslijn gaat uit van een eigen risico en verantwoordelijkheid ten aanzien van ontstane schade door hoog water aan activiteiten in het rivierbed. Initiatiefnemers in het rivierbed zijn zelf aansprakelijk voor schade en zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om zich tegen potentiële schade te beschermen. Dit principe geldt al langer. In voorgaande jaren is dit soms onvoldoende expliciet aangegeven. Voor een gebruiker van het rivierbed zal het dan ook voortaan niet mogelijk zijn om aanspraak te maken op een vergoeding uit de Wet tegemoetkoming schade (Wts). Bij hoogwater is er in het buitendijkse gebied immers geen sprake is van een ramp.”

kaart in de rivierenwet, die het stroomgebied en winterbedding van de Maas definieert.

overstromingskaart van 1926, Het oude deel van Gennep en van Ottersum is overstroomd, maar de rest van de lob is droog.

overstromingskaart van 1920: een droge lob i.t.t. een groot gebied ten westen van de Maas.

Nog navranter wordt het als we met behulp van de viewer van het Acutele Hoogtebestand Nederland een dwarsprofiel maken overheen de Maas van west naar oost. Dan blijkt het gebied van de lob helemaal niet laag te liggen, maar juist een stuk hoger dan het gebied ten westen van de Maas.

Maar het leed was toen, eind vorige eeuw, al geschied. Ineens werd het grootste gedeelte van het gebied tot waterbedding verklaard, zoals u op de afbeeldingen hieronder kunt zien. De kaarten zijn overgenomen uit de beleidslijn grote rivieren en tonen de "zogenaamde rivierbedding" in de lob van Gennep.

Op de afbeeldingen links zien we kaartmateriaal (kaartbladen 23 en 24) uit de beleidslijn grote rivieren. Link naar beleidsbrief.. Link naar de beleidsregels. Link naar de handreiking (een soort toelichting) Link naar het bijbehorende kaartmateriaal.

Maar hoe heeft dit kunnen gebeuren? Van een gewoon en veilig stukje Nederland was Gennep ineens in een rivierbedding terecht gekomen. Ik vermoed dat dit bedacht is op de burelen van het Waterschap, Rijkswaterstaat of andere overheidsinstantie of een door hen ingehuurd adviesbureau.

In het kader van het ontwikkelen van de plannen voor Ruimte voor Rivier en waterveiligheid voor het gehele stroomgebied van de Maas is men gaan zoeken naar plekken om water te kunnen stallen bij een eventueel hoog water. En toen heeft men het oog laten vallen op Gennep. Aan de Brabantse kant van de Maas waren veel meer en betere mogelijkheden, maar die kant was al bedijkt.

Toen men daarmee bezig was, heeft een van de betrokkenen het gebied vanwege de vorm een naam gegeven. Daarmee was de “Lob van Gennep” geboren. Een gebied, gekozen door de overheid om water te bergen. Het lag niet in het stroomgebied van de Maas, was omringd door het hogere Reichswald, en leek hen een prima plek om te gebruiken. En daarna is de lob dus een eigen leven gaan leiden, werd er gesteld dat het stroomgebied van de Maas was, werd het in de nieuwe Waterwet en op kaarten als zodanig opgenomen.

De burgers van Gennep waren bij deze hele ontwikkeling niet betrokken, waren er niet in gekend en wisten het niet eens. Ze vertrouwden immers ook op hun eigen gemeente en andere overheden.

De teerling was geworpen. Bij de aanleg van dijken en kades werd ter hoogte van de driekronen een verlaging aangebracht, zodat het Maaswater bij hoogwater het gebied in kon stromen. De burgers van Gennep met 1993 en 1995 in hun achterhoofd waren al lang blij met de dijken en kades die werden gebouwd. Dat ze daarbij compleet anders behandeld werden dan de inwoners aan de veel lager gelegen andere zijde van de Maas ontging de mensen.

Ook de bouw- en ontwikkelingsbeperkingen werden zonder al te veel problemen geaccepteerd. Heel belangrijk hierbij was dat de woonkernen Gennep, Ottersum, Milsbeek en Ven-Zelderheide en nog een paar gebiedjes uitgezonderd waren voor deze beperkingen, die opgelegd werden in de Waterwet. (dit zijn de geel gemerkte gebieden in bovenstaande 2 afbeeldingen afkomstig uit de beleidslijn grote rivieren). Daarbij bleven die woonkernen overigens, volgens de wet, wel degelijk gewoon “in de rivierbedding” liggen met de eerder genoemde beperkingen voor een eventuele schadevergoeding bij overstroming.

In vooral de afgelopen 10 jaar is het besef van klimaatverandering en de mogelijke gevolgen daarvan drastisch toegenomen. De verandering zou tot gevolg kunnen hebben dat de hoeveelheid water die op een gegeven moment door de Maas zou moeten worden afgevoerd nog groter zou worden dan tot dan toe aangenomen. Er werden vervolgens plannen ontwikkeld om de hoogwaterveiligheid verder te verbeteren, anticiperend op die mogelijke grotere hoeveelheid water.

Er werden nieuwe studies gemaakt hoe dit aan te pakken. Dijkverleggingen, dijkverhogingen, het opnieuw bezien van de (mogelijkheden van de) retentiegebieden en daarnaast het creëren van nood-overloop-gebieden.

Noot: waar retentie-gebieden zoals de lob van Gennep beschouwd worden als normale onderdelen van de waterbeheersing zijn “nood-overloop-gebieden” gebieden die normaal beschermd worden, maar waar als de nood echt aan de man komt, gebruik van gemaakt kan worden”. De Beerse Maas is zo'n mogelijk noodoverloopgebied, waar bijna alle hoogwater problemen in het stroomgebied van de Maas verholpen zouden zijn. Deze Beerse overlaat is echter in 1942 afgesloten en beschermd tegen hoogwater en sindsdien is er erg veel gebouwd in het gebied van de Beerse Maas.

Van de retentie-gebieden in het stroomgebied van de Maas is de lob van Gennep het meest belangrijk, want heeft de grootste oppervlakte. In elke studie komt dit terug. De lob van Gennep is veruit het belangrijkste retentiegebied.

Onderzoek heeft vervolgens getoond dat berging in dit gebied het meest effectief is als niet de dijk overstroomt, maar dat het water in het gebied wordt toegelaten als de watermassa in de Maas het grootst is. Dan kan in een keer een behoorlijk deel van het volume van het maaswater op dat moment worden afgeleid en in de lob worden geleid. Tot dan moet het gebied zo droog mogelijk blijven, zodat de hoeveelheid water die ingelaten kan worden maximaal is en de top van de piek van de Maas kan worden afgevangen.

En dat is dus het plan. Men wil dit realiseren met hele grote schuiven, die bij extreem hoog water de watermassa ineens in de lob toelaten. (de vloedgolf, waar de actiegroep het over heeft).

De waterveiligheid in het gehele gebied neemt natuurlijk enorm toe, maar het actief onder water zetten van het gebied versus het meer geleidelijk overstromen van de dijken roept natuurlijk behoorlijke emotionele weerstanden op. De beleving is dat het een daad van de overheid betreft en niet een natuurlijk verschijnsel.

Maar er zijn dan nog meer aspecten, die van belang zijn.

Voorafgaande aan een daadwerkelijke overstroming: hoe zit het met de waarde van het onroerend goed, bedrijfsschade enzovoorts. Ik denk zelf dat dat mee zou moeten vallen, omdat de kans erg klein is dat het gebeurt en die kans speelt een belangrijke rol bij de risico- en de waardebepaling. Emotioneel is dat natuurlijk anders, want het zou nog dit jaar kunnen gebeuren.

in geel en groen de benoemde waterbedding in de beleidslijn grote rivieren

En hier het gebied van de lob volgens de projectgroep Lob van Gennep.

Het gedrag van de overheid (inclusief de projectgroep) vind ik behoorlijk kwalijk. Onder andere omdat stelselmatig de indruk gewekt wordt dat het gebied onderdeel is van het natuurlijke stroomgebied van de Maas. Dit is gewoonweg niet waar (met uitzondering van de oude kern Gennep, de oude kern Ottersum en het gedeelte noordelijk van Middelaar). Daarmee probeert men de indruk te wekken dat de plannen nauw aansluiten bij de natuurlijke situatie in plaats van dat het gebied door de overheid aangewezen is.

Wat ik ook kwalijk vind, is dat de indruk gewekt wordt dat nog niets beslist is. Dat is formeel gezien misschien het geval, maar feitelijk niet. In alle onderzoeken en plannen van de overheid speelt de lob van Gennep een belangrijke rol. En daarbij heeft notabenen de dijkgraaf zelf nog aangegeven dat een oplossing met dubbele dijken, zodat de woonkernen tenminste beschermd worden, zinloos is, want niet echt helpt. Ook het budget dat de minister ter beschikking gesteld heeft is het budget dat geraamd is als nodig voor de oplossing met de schuiven en de grote badkuip. Wie houdt nu wie voor de gek?

Hoe nu verder?

Ik denk niet dat er veel haalbare alternatieven zijn voor de huidige plannen, omdat er geen of weinig haalbare alternatieven zijn of dat heel erg veel geld uitgegeven moet gaan worden voor het verbeteren van de benedenstroomse waterveiligheid. Maar dat is een politieke en een financiële keuze en de gevolgen mogen niet eenzijdig op de inwoners van de lob afgewenteld worden. Men zal erop blijven hameren (doorzeuren) dat het "in de wet verankerd is". Dat dit eigenlijk onterecht is, zal hen niet van mening doen veranderen.

Dat de plannen leiden tot aanzienlijke verbetering van de hoogwaterveiligheid in het gebied van de lob staat buiten kijf.

Wat ruim 20 jaar geleden gebeurd is en dat de gemeente Gennep toen heeft zitten te slapen kunnen we niet achteraf veranderen. Maar een aantal zaken kunnen wel degelijk veranderd worden met betrekking tot het financiële risico ten gevolge van het feit dat de inwoners van de lob zogenaamd op een rivierbedding wonen.

Mijn suggestie is: (ook al weet ik hoe moeilijk het is om dit te bewerkstelligen, waarvoor ik de Gennepse politieke partijen graag zou willen uitnodigen om het voortouw te nemen in Den Haag)

•  Zie dat de lob van Gennep verandert van officieel retentiegebied tot een noodoverloopgebied. Feitelijk verandert er niets aan de waterbergingsmogelijkheden, maar het heeft juridische consequenties. Het gebied wordt dan beschouwd als binnendijks en niet meer als gelegen in de rivierbedding. Dit zou ook meer conform de werkelijkheid zijn, zoals hierboven aangetoond. Het uitsluiten van aansprakelijkheid en van de mogelijkheid van beroep doen op de Wet Tegemoetkoming Schade is dan van de baan. Het financiële risico van de inwoners en bedrijven in de lob en de daaraan gerelateerde waardevermindering zou dan van de baan zijn.

•  Als het gebied als noodoverstromingsgebied beschouwd gaat worden, dan zou de evacuatie van mens en dier, maar ook de schadevergoeding geregeld moeten worden. De commissie Luteijn heeft in 2002 onderzoek gedaan naar dergelijke nood-overloop-gebieden en doet daarin ondermeer de volgende aanbeveling: “ De Commissie vindt dat alle materiele schade door inundatie – die vooral afhankelijk is van inrichtingsmaatregelen, zoals omdijking van woonkernen – volledig vergoed moet worden, inclusief vervolgschade en omzetderving. Dat geldt ook voor goederen die na de aanwijzing in het gebied zijn gekomen en de planologische toetsing hebben doorstaan. Omdat volledige schadevergoeding onvoldoende is geregeld, adviseert de Commissie hiervoor een aparte wettelijke regeling in het leven te roepen .”

Bovenstaande oplossing zou volgens mij een uitweg kunnen bieden uit het nu ontstane dilemma, want ik verwacht niet dat de inwoners van de lob ooit positief zullen staan tegenover de huidige plannen, in welke vorm dan ook. Op deze wijze zouden de plannen kunnen worden uitgevoerd, wordt het gebied veiliger en wordt een onjuiste situatie en onrecht uit het verleden hersteld.

Een laatste oproep: laat de projectgroep dan aub ook eerlijk zijn en met meer oog dan nu voor de emoties en de belangen van de inwoners van dit gebied. Mensen hebben geen behoefte aan formele standpunten (er is niks beslost) en formele keuzes (dijkgraaf: alleen de grote badkuip is zinvol (vrije vertaling van mezelf), maar aan echte feiten en aan de realiteit.

Succes, Harm